Warme zonnestralen
Ons uitstapje gisteren was weeral een avontuur op zich. Na een (weeral) hobbelige rit van een dik uur werden we ‘gedropt’ op drie kilometer van onze bestemming Colakreek. Bleek nu dat er geen busverbinding daarnaartoe ging en de overblijvende opties zijn te voet of met een taxi (eigenlijk een privépersoon met een wagen) het laatste stuk nog meer hobbelige weg af te leggen. Na wat heen en weer gebel door de plaatselijke supermarkteigenaar kwamen we vrij snel met de taxi aan.
Gelukkig voor ons was het deze dag niet zo warm als de andere dagen, slechts 25 graden, en was het een weekdag. Daardoor was het redelijk rustig in het recreatiedomein.

Colakreek kreeg zijn naam door de Amerikaanse militairen die in Suriname gelegerd waren tijdens de tweede wereldoorlog en hier graag kwamen pootje baden. Het donkerbruine kreekwater lijkt op Coca Cola. Hoewel het water donkerbruin is, heeft dat niets te maken met de kwaliteit ervan. De diepbruine kleur ontstaat door vallende bladeren en dit proces houdt de zuurtegraad van het water constant, waardoor het veilig zwemwater is.

Toen we in de late namiddag wilden terugkeren naar het busstation en, zoals afgesproken met de taxi van ’s morgens, hem wilden bellen, bleek er geen cellulair verkeer mogelijk te zijn. Alle zendmasten in de buurt waren opeens buiten werking. Wij zijn dus vol goede moed te voet aan de terugweg begonnen en waren zeer blij toen we na een kleine kilometer al een lift kregen door zeer vriendelijke Surinamers. De busreis terug ging langs een totaal andere weg dan we gekomen waren en zo hebben we nog een heel ander deel van het land en vooral de natuur kunnen bewonderen.
Vandaag, onze laatste volle dag, werd gevuld door het afscheid nemen van hier gemaakte vrienden en de stagiaires, enkele souvenirs aankopen
, en ’s namiddags het aanschouwen van een ganse parade van mooi uitgedoste groepen die deelnamen aan een vierdaagse wandeltocht door de stad. Het ritme zit hier wel degelijk in het bloed want zelfs de allerkleinste deelnemers, tussen vier en vijf jaar, bleven na een tocht van 18 kilometer zeer bewegelijk op de slagen van het slagwerk dansend doorstappen.

Morgen is het inpakken, hopelijk krijgen we alles (ook een beetje zon) in onze valiezen, en in de namiddag richting het enige internationale vliegveld van Suriname. Zanderij, het dorpje daar dichtbij werd in 1989 opgeschrikt door de grootste vliegtuigramp van dit land. De tekst op dit monument ter herdenking aan deze ramp is een beetje van toepassing op wat we van dit mooie exotische landschap vinden.

