En hiermee is ‘voorlopig’ het laatste geschreven …
Niet helemaal met onze zin hebben we ondertussen het lekkere warme klimaat alweer geruild tegen een echt Belgisch weertje
We willen dit reisverslag afsluiten met enkele opmerkingen, ontdekkingen die we gedaan hebben, nog enkele wijsheden die we graag nog met jullie willen delen.
Wat ons vooral opgevallen is: in Suriname leven verschillende religies, rassen, taalgroepen vredig naast en met elkaar.
Dit zie je vooral op volgende foto: de Synagoge en de Moskee, zij aan zij.

Met elkaar werken kan je echter niet zeggen van de “cellulaire” operatoren. Er zijn drie providers, je kan wel bellen van de ene naar de andere, maar het is niet mogelijk te smsen tussen de providers onderling. Het gevolg hiervan is dat er veel Surinamiers ofwel drie gsmtoestellen hebben ofwel een paar keer per dag van simkaart moeten wisselen, kwestie van op de hoogte te blijven wie er allemaal een berichtje zou gestuurd hebben.
We hebben in twee supermarkten een roltrap gezien (o.a. Kirpalani). En in die supermarkten hoef je echt niet te zoeken naar een verkoopster, er loopt in elke gang wel ééntje rond. En er zijn supermarkten en winkels waar met een elektronische kassa wordt gewerkt, maar er zijn er nog veel meer waar alles nog op losse briefjes geschreven wordt. Trouwens, één van de ‘grootwarenhuizen’ deed mij denken aan een magazijn vanuit mijn kinderjaren…

In vele restaurants ligt er bovenop het stoffen tafelkleedje nog een transparante plastiek, en dit is niet altijd even aangenaam in een tropische hitte, maar makkelijk is het natuurlijk wel, zeker als je een beetje een ’smospot’ bent…
De wegen zijn meestal niet in al te beste staat, en al zeker niet nà eventuele werken, vooral naar sommige bestemmingen moet je als bestuurder slalommen van de ene kant van de straat naar de andere om de putten in de weg te vermijden, een auto die redelijk hoog van de grond staat en liefst met een goede vering is zeker aan te raden.

Het stuur aan de rechterkant is een gevolg van de Engelse kolonisering, de meeste auto’s worden -tweedehands- uit Japan ingevoerd, dus dat stuur staat ook rechts, maar er zijn ook massa’s auto’s, ingevoerd uit o.a. Nederland met het stuur aan de linkse kant. Het blijft toch een beetje een raar gezicht.
Met de bus naar één of andere bestemming rijden is op zich ook een ‘bangelijk’ avontuur. Er zijn wel bushaltes, maar als je een busje ziet of hoort aankomen is het voldoende je hand op te steken, als er nog plaats is stopt de chauffeur en kan je instappen. Er zijn zitjes tot vlak naast de chauffeur, je moet er wel een beetje een ‘klimtochtje over de middenconsole’ voor over hebben, maar je hebt dan wel een eersteklas zicht op de weg. Zit je achteraan in een volle bus en wil je uitstappen, dan moet eerst ongeveer de helft van de andere passagiers uitstappen vooraleer jij uit de bus kan…En ook hier zijn de meeste banken overtrokken met plastiek, 30° en dan met je blote benen plaats nemen op zo’n bank…Dit werd dan wel meer dan ruimschoots goedgemaakt met de muziek die door de luidsprekers schalde…

Wandelen door de straten van Paramaribo is soms ook een helse onderneming, de auto’s toeteren je van de weg, maar het voetpad is dikwijls onbegaanbaar wegens overal geparkeerde wagens…

We hebben ook de plaatselijke zoo bezocht, niet echt te vergelijken met de ‘beestenhof’ in Antwerpen, maar eigenlijk wel best gezellig, heel kleinschalig, met een handjevol dieren en een speeltuin die ook deed denken aan de speeltuinen van hier bij ons van dertig, veertig jaar geleden. Er was één cafetaria en daar kon je ook ‘zooveniers’ kopen en het leuke was dat we daar zelf hebben moeten achter vragen, er werd je helemaal niks opgedrongen.
Ik had het al eens geschreven, we zaten 8000 km van huis, in een tropisch klimaat, in Zuid-Amerika (waar de overgrote meerderheid van de bevolking Portugees en vooral Spaans spreekt), in een land met amper 500.000 bewoners, en die bewoners die spreken allemaal NEDERLANDS en dit is de officiële taal. Iedereen spreekt Nederlands, velen spreken ook Hindoustaans en de meesten praten ook het Sranantongo, dit is een eigen taal, een echte spreektaal of een echte omgangstaal en het is soms wel grappig dat de mensen het Sranantongo en het Nederlands zo’n beetje door elkaar spreken.
Er zijn ook heel wat Chinezen te vinden in Suriname, de eerste Chinese contract-arbeiders kwamen in 1853 via Java in Nederlands-Indië naar Suriname. Na het aflopen van hun vijfjarig arbeidscontract keerden vele Chinezen terug naar hun land, diegenen die achterbleven probeerden bijna allemaal hun geluk in de handel, met als gevolg dat ruim 95% van de ‘kruidenierszaken’ in handen zijn van Chinezen. In deze zaken kan je van alles en nog wat kopen, van koffie, thee en suiker tot rum, gasflessen , kleren en schoenen.

Buiten de cocktails, er was zelfs een ‘Leentje’ (bestaande uit Pisang Ambon, Vodka en juice) te bestellen in één van de bars, hebben we ook veel water gedronken en ook wel een soort van frisdrank met de mooie naam ‘Zuurzak‘ en in tegenstelling met de naam is dit een redelijk zoet drankje, typisch voor de tropen. Kasteelbier hebben we niet gevonden, maar we hebben wel ‘liters’ parbobier‘ gedronken, liters ja, want dit bier kon je ook kopen in een literfles, een Djogo genaamd.

Wat ons ook is bijgebleven : je kan soms wel in Euro betalen, maar het is enkel voor de Nederlanders weggelegd om ook Euro’s te pinnen…
Eén van de laatste dagen zaten we gezellig op een terrasje te eten, het was een warme, aangename avond, en het was echt rustig op dit terras. Als in ons belgenlandje de temperatuur boven de 20° komt, zitten de terrasjes overal afgeladen vol en kan je met moeite een stoel bemachtingen, het was een echte verademing dat we in Paramaribo, in de uitgaansbuurt altijd en zonder moeite een leeg tafeltje en stoelen vonden, dit is in België echt onmogelijk.
We hadden af en toe het gevoel dat we een stuk terug in de tijd werden geslingerd, maar het was zeker en vast de moeite waard, ondanks de vele muggenbeten waarop ik getrakteerd werd, ondanks de hitte die ons soms toch een ietsiepietsie teveel was, ondanks de kakkerlak die we op onze eerste avond al ontmoetten… maar later nooit meer hebben teruggezien (jammer, want ik had het beestje graag digitaal vereeuwigd
). We hebben heel wat mooie dingen gezien, leuke en interessante mensen ontmoet en ik hoop dat we ooit nog eens de kans krijgen om de vele bezienswaardigheden waarvoor we geen tijd hebben gehad, later nog te kunnen bezoeken.
Voor wie graag wat meer zou willen lezen over Suriname, de bezienswaardigheden en de bevolking :
Wereldwijzer Suriname (van Uitgeverij Elmar BV, Rijswijk ISBN 978-90-389-1799-3) is een echte aanrader.
